Waar zijn moed zichtbaar werd

De vrijheid waar wij in leven is zwaar bevochten. Daarom staan we ieder jaar op 4 mei stil bij de slachtoffers die zijn gevallen voor onze vrijheid en vieren we op 5 mei dat we in een vrij land leven. Dit jaar staan we in het bijzonder stil bij marinier Jan van Garsel.

Nét marinier

Jan van Garsel

Jan is 28 jaar oud wanneer hij op de vroege ochtend van vrijdag 10 mei wakker wordt met het nieuws dat de Duitsers oprukken naar Nederland. Operatie Fall Gelb is van start gegaan: de verovering van onder andere Nederland door Duitsland. Nederlandse waarnemers zien die ochtend bommenwerpers van de Duitse Luftwaffe richting de Noordzee vliegen. Men denkt dat ze onderweg zijn naar Engeland, maar de toestellen draaien halverwege om Nederland aan te vallen: Nederland is in oorlog.

Jan is op dat moment marinier der 1e klasse en hij heeft net de gehele opleiding tot marinier succesvol afgerond. Hij is werkzaam binnen de Afdeling Mariniers Rotterdam. Als blijkt dat een kleine Duitse luchtlandingseenheid bij verrassing de bruggen over de Nieuwe Maas bij Rotterdam hebben ingenomen, moet hij in actie komen. Op maandag 13 mei waagt hij samen met een compagnie mariniers en een compagnie marinetroepen, een ultieme poging om de Rotterdamse Willemsbrug in handen te krijgen en deze op te blazen. Op die manier kunnen de Duitse pantsereenheden namelijk niet doorstoten naar Den Haag.

Plattegrond van Rotterdam in 1940 gemaakt door de Gemeentelijke Technische Dienst (1940), Stadsarchief Rotterdam, toegang 4201. Hierop aangegeven de positie van de mariniers en hun schietgebied (blauw) en de Duitsers (rood).

De brug op

Hoewel de posities van de Duitsers onbekend zijn, besluit Jan, samen met de marinier 3e klasse Eliza Cornelis Bernouw, de brug op te gaan. Ze komen tot zo’n 75 meter voordat ze vastlopen in een hinderlaag. “Daar lagen we dan, in afwachting van de rest van de groep. Niet wetend dat het onmogelijk was, vanwege het mitrailleurvuur vanaf het Noordereiland, de brug te bezetten.”

Urenlang zit Jan samen met Eliza vast – ingeklemd tussen twee vuren van twee landhoofden. De Duitsers bevinden zich met name op het Noordereiland. Het enige bruggenhoofd op de noordoever dat zij in bezit weten te houden is het gebouw van de verzekeringsbank. De Nederlandse troepen hebben het Witte Huis in handen: het hoogste gebouw op de noordelijke Maasoever.

Duitsers die die lange Willemsbrug over willen steken om hun manschappen in het gebouw van de verzekeringsbank te versterken, komen bedrogen uit. De brug komt namelijk recht tegenover het Witte Huis uit, waardoor zij gemakkelijk doelwit zijn voor de Nederlanders. Toch brengt dit de twee mariniers in een zeer benauwde situatie: ze kunnen geen kant op. De Nieuwe Maas vormt de frontlijn en zij zitten er middenin!

Duitse militairen staan aan de zuidzijde van de Willemsbrug en kijken naar de brandende binnenstad, Stadsarchief Rotterdam, Ullstein Bilderdienst, toegang 4282, nummer 1972-461.

Voor het vaderland

Na enkele uren vlootvuur afschieten en standhouden besluit Jan om terug te trekken. Eliza blijft achter op de brug en kijkt toe hoe Jan zich door de gevaarlijke situatie heen maneuvreert. “Zich zoveel mogelijk dekkend achter de brugspanten, dan weer op het fietspad en dan weer op het rijdek, begaf hij zich op de terugweg. Hij stak dwars de brug over en meteen volgde er een salvo geweer- of mitrailleurvuur. Ik zag hem nog achter de spanten verdwijnen en dacht: tot nog toe heeft hij het gered.”

Toch blijkt later dat de moed van Jan hem duur komt te staan. Vanaf de spoorbrug, parallel aan de Willemsbrug, wordt het vuur op hem geopend. Hij wordt fataal geraakt in zijn achterhoofd en overlijdt direct. “Ik ben in m’n leven wel eens meer geschrokken, maar nooit zoals toen: daar lag Van Garsel, dwars over zijn mitrailleur, met gesloten ogen, zijn tenue besmeurd met zijn bloed.”

Midden rechts ligt de dode Van Garsel, als marinier herkenbaar aan zijn donkere pijjekker (overjas) en gasmaskertrommel, Bundesarchiv, Bild 116-483-024 / Bernhard Borghorst.

Moederziel alleen

Het duurt twee dagen voordat Jan wordt weggehaald bij de brug. Tot die tijd ligt hij gestorven en moederziel alleen op straat. Zijn stoffelijk overschot wordt in de vroege ochtend van woensdag 15 mei nog gefotografeerd door een Duitse militair, vanaf het noordelijke uiteinde van de Willemsbrug. Er is op dat beeld geen levende ziel te herkennen, enkel de ravage die is aangericht na dagen strijd en het bombardement op Rotterdam. De helm die Jan droeg, evenals zijn wapen, zijn al buit gemaakt voordat zijn stoffelijk overschot wordt weggehaald.

De grafsteen van Jan is te vinden op het ereveld van de Algemene Begraafplaats Crooswijk, Rotterdam. De datum van overlijden staat onjuist vermeld op de steen, omdat zijn overlijden pas officieel kon worden vastgesteld op 14 mei.

Collectie: Nederlands Instituut voor Militaire Historie.
Het Witte Huis (1898) met daarnaast de buurpanden waar tegenwoordig Mariniersmuseum in is gevestigd. Foto door: Van den Ende, Stadsarchief Rotterdam, collectie 4202, nummer 1167.

Wist je dat...

Het Mariniersmuseum gevestigd is op een plek van grote symbolische betekenis? De locatie aan de Wijnhaven kijkt direct uit op de plek waar de mariniers in 1940 vochten tegen de Duitse tegenstander. Dat niet alleen, tijdens één van de aanvallen op de brug zijn de mariniers zelfs door ‘het museum’ gestormd! Het pand naast het museum is het Witte Huis, waar je eerder over las.

In het museum lees, zie en hoor je meer over het optreden van de mariniers tijdens de meidagen 1940 in Rotterdam. Met een indrukwekkende maquette, origineel beeldmateriaal en meeslepende audio word je meegenomen in de strijd voor vrijheid. Kom je ook kijken?

 

 

Met dank aan

Speciale dank aan het Nederlands Instituut voor Militaire Historie voor de samenwerking bij de totstandkoming van dit verhaal.