Een vreemde tank in de bijt
Denk je aan de mariniers, dan denk je aan grote oorlogsschepen of landingsvaartuigen: voertuigen waarmee zij vanaf zee aan land kunnen opereren. Dat het Korps Mariniers ook gevechtstanks tot hun beschikking had, lijkt daarom niet voor de hand te liggen. Toch beschikte het Korps van 1943 tot 1949 een eigen tankcompagnie! In de collectie van het Mariniersmuseum bevindt zich een vreemde eend in de bijt die verwijst naar dit opvallend stukje mariniersgeschiedenis.
De oprichting van de Mariniersbrigade
Kapitein der Mariniers Lewe van Aduard (1912-1975) stelde in 1943 voor dat het Korps Mariniers een actieve bijdrage kon leveren in de strijd tegen Japan. De inzet van het korps was tot dan toe tijdens de Tweede Wereldoorlog, met uitzondering van de verdediging van Rotterdam in de meidagen 1940, beperkt geweest. Met dit voorstel hoopte hij daar verandering in te kunnen brengen.
Vele mannen werden naar de Verenigde Staten van Amerika gestuurd, naar Camp LeJeune, waar de opleiding voor deze nieuwe Mariniersbrigade was te vinden. Daar raakten de Nederlandse mariniers vertrouwd met Amerikaanse uitrusting en materieel. Denk hierbij aan uniformen, wapens, persoonlijke uitrusting, maar ook de Shermantanks.
Naast de basisopleiding, volgden veel mariniers een specialistische training op Camp Davis. Hier werden zij onderverdeeld in bijvoorbeeld een medische compagnie of een verkenningscompagnie. Specialiseren voor de tank kon ook. De opleiding van de tankafdeling vond plaats op Fort Knox, onder leiding van eerste luitenant der Mariniers Q. Groenewegen.
Een nieuwe koers
Op 13 september 1945 werd de Mariniersbrigade (MARBRIG) officieel opgericht in Camp LeJeune. De bestemming van de brigade was echter veranderd door rappe, onverwachte ontwikkelingen in Azië: Japan capituleerde op 15 augustus 1945 en in Nederlands-Indië riep Soekarno twee dagen later de onafhankelijke staat Indonesië uit.
Er werd besloten om de mariniers niet in Japan, maar in Nederlands-Indië in te zetten voor het herstel van het Nederlandse koloniale gezag. Deze missie sloot niet aan bij het antikoloniale beleid van de Verenigde Staten, waardoor de Nederlandse troepen direct het land moesten verlaten. Met de passagiersschepen Noordam en Bloemfontein werden de mariniers vanuit Amerika naar Soerabaja vervoerd.
Tankcompagnie in Nederlands-Indië
Aanvankelijk zou de Mariniersbrigade uit ongeveer 5.000 militairen bestaan, waaronder een tankcompagnie. Deze compagnie bestond uit drie pelotons – A, B en C – elk met 24 militairen. De compagnie beschikte over veertien Sherman-tanks, een bergingstank (tank retriever), twee bulldozertanks en twee vlammenwerpertanks.
Binnen ieder peloton kregen de tanks een letteraanduiding én een naam, vaak ontleend aan Nederlandse forten. Zo reden er tanks rond met namen als ‘Honswijk’ en ‘Loevestein’. Met een staf van 32 man kwam de totale sterkte van de tankbrigade uit op 104 militairen en negentien gepantserde voertuigen.
Een dekolonisatieoorlog in Indonesië
Na aankomst in Soerabaja in maart 1946 werd de Mariniersbrigade ingezet op Oost-Java en Madura in de oorlog tegen de Indonesische strijdkrachten.
Tijdens Operatie Product (21 juli – 5 augustus 1947), voerde de brigade samen met de Koninklijke Marine en het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) een grootschalige amfibische operatie uit op Oost-Java en Sumatra. Omdat de Koninklijke Marine regelmatig in deze wateren oefende, gingen veel Indonesiërs ervan uit dat ook deze vlootbeweging een oefening was. Dat bleek niet het geval: er was een offensief begonnen.
In april 1948 werd besloten de Mariniersbrigade per 1 januari 1949 op te heffen. Het zou te duur zijn, de amfibische operaties zouden minder van toepassing zijn omdat er meer in het binnenland werd gevochten en er was behoefte aan lichter uitgeruste mariniers. Tegelijkertijd werden voorbereidingen getroffen voor een tweede offensief. Ondanks een inkrimping van het Korps tot ongeveer zestig procent van de oorspronkelijke sterkte, verwachtte de militaire leiding een positieve afloop wegens de succesvolle patrouilles en andere kleinere missies.
Het tweede offensief begon in december 1948. De mariniers voerden amfibische landingen uit onder de codenaam Operatie Zeemeeuw. Het doel was de regering van Soekarno uit te schakelen en haar strijdkrachten verslaan. Men hoopte daarbij de nog niet bezette delen van Java en grote delen van Sumatra in handen te krijgen.
Hoewel vrijwel de gehele regering van Soekarno gevangen werd genomen, bleef het Indonesische leger weerstand bieden. Bovendien verloor Nederland de politieke steun van de Verenigde Staten. Uiteindelijk droeg Nederland op 27 december 1949 de soevereiniteit over aan Indonesië.
Harssens: een marinierstank?
De tank in de collectie van het Mariniersmuseum draagt de naam ‘Harssens’: naar het fort bij Nieuwediep. Het is een Shermantank type M4A3 met een 105 houwitser kanon – eenzelfde soort als ook gebruikt is tijdens de dekolonisatieoorlog in Indonesië. ‘Onze Sherman’ is zelfs voorzien van het Mariniersbrigade embleem. Maar is deze wel écht ingezet door het Korps Mariniers?
Na de opheffing van de Mariniersbrigade op 7 juni 1949, keerden vijf Sherman-tanks terug naar Nederland. Rond 1954-1955 werden deze opgenomen door de Koninklijke Landmacht. Zij kregen nieuwe kentekens in de reeks KX-17-72 tot en met KX-17-76. ‘Onze Sherman’ draagt echter het kenteken KX-17-57. Daarmee staat vast dat deze tank niet behoort tot de vijf die vanuit Indonesië terugkeerden. Het is dus geen tank die daadwerkelijk door de Mariniersbrigade in Nederlands-Indië is ingezet!
Van sleeptank naar collectieobject
Waar komt de tank dan vandaan? En waarom draagt het een Mariniersbrigade embleem? Onze Sherman werd door de Koninklijke Landmacht gebruikt als sleeptank en was de langst dienende Sherman van de Landmacht. Pas in 1983 werd deze buiten dienst gesteld.
De Stichting Historische Verzameling Korps Mariniers (SHVKM) kocht de tank in hetzelfde jaar als de uitdiensttreding. Na een cosmetische restauratie kreeg de tank de kleuren van de Mariniersbrigade en stond hij jarenlang als monument op de Marinierskazerne in Doorn. Hij kreeg eerst de naam van ‘Sint-Andries’, naar Fort Sint-Andries vlakbij Zaltbommel. Later werd dit aangepast naar ‘Harssens’, naar één van de Sherman-tanks die wél bij de Mariniersbrigade in Indonesië heeft gediend.
Ondanks dat onze Sherman niet bij de Mariniersbrigade in Indonesië heeft gediend, vertelt deze wél een belangrijk verhaal. Door zijn restauratie en presentatie als ‘Harssens’ staat hij symbool voor de tankcompagnie van de Mariniersbrigade: een relatief onbekend hoofdstuk uit de geschiedenis van het Korps Mariniers. Belangrijk, want de oorspronkelijke marinierstanks zijn vermoedelijk verschroot of in beton gegoten en langs de afsluitdijk geplaatst als extra verdedigingslinie. Hoewel het voertuig dus zelf geen ‘echte’ marinierstank is, houdt het de herinnering aan de mariniers en hun inzet in Indonesië levend.
Mariniersmuseum
De tank is van flink formaat én gewicht. Het is daarom niet mogelijk om deze tentoon te stellen in het museum in Rotterdam. Toch kan je de Sherman tank deze zomer wél met eigen ogen van dichtbij bekijken. Tijdens het Zomeroffensief op 29 en 30 augustus bij het Nationaal Militair Museum – net als het Mariniersmuseum onderdeel van Stichting Koninklijke Defensiemusea – is de Sherman te bewonderen in het depot. Kom jij ook kijken?
Ondanks dat ‘onze Sherman’ niet bij de Mariniersbrigade in Indonesië heeft gediend, vertelt deze wél een belangrijk verhaal. Loïs Hoekmeijer, Behoud & Beheer