Pioniers van de terreurbestrijding

Pioniers van de terreurbestrijding

BBE-Mariniers: ontstaan en ontwikkeling, 1973-2006

Voor het ontstaan van de Bijzondere Bijstandseenheid Mariniers (BBE-M) moeten we terug naar de Koude Oorlog (1947-1989), het ideologische conflict tussen de kapitalistische Verenigde Staten en de communistische Sovjet-Unie (Rusland). Hoewel ‘koud’, want er werd niet op elkaar geschoten, werden er wel allerlei kleinere oorlogen-op-afstand uitgevochten: proxy-oorlogen zoals die in Korea (1950-1953), Vietnam (1955-1975), Libanon (1975-1990) en Afghanistan (1979-1989). Bij die proxy-oorlogen kwamen naar schatting zo’n veertien miljoen mensen om, dus buiten Europa was de Koude Oorlog allesbehalve ‘koud’. Met dit in het achterhoofd zouden we deze proxy-oorlogen kunnen bezien als een eigentijdse vorm van kolonialisme: de twee grootmachten gebruikten verre kleinere landen, veelal voormalige koloniën, als pionnen op hun eigen schaakbord. In de open westerse samenlevingen ging dit sterke weerstanden oproepen.

Terrorisme was in de mode

Linkse groeperingen gingen ideologisch winkelen in de Sovjet-Unie en communistisch China. Ze organiseerden demonstraties en lieten zich inspireren door de succesvolle guerrilla van de communistische Vietnamezen, voor hen de helden in de strijd tegen een gedegenereerd Amerika. Splinters van deze groeperingen radicaliseerden en gingen over tot steeds extremer geweld. West-Duitsland had zijn beruchte Rote Armee Fraktion (RAF), Italië had de Brigate Rosse, Nederland de Rode Jeugd. Daarnaast waren er in en rond Europa separatistische terreurorganisaties actief zoals de Ierse IRA (Irish Republican Army), de Spaanse ETA (Euskadi Ta Askatasuna) en de Palestijnse PLO (Palestine Liberation Organization). Tussen de socialistische/communistische en separatistische terreurgroepen vond kruisbestuiving plaats: men inspireerde en steunde elkaar. In die jaren waren er in en rond Europa geregeld ontvoeringen en bloedige aanslagen. Vliegtuigkapingen leken wel aan de orde van de dag. Terrorisme was als het ware in de mode.

1973: oprichting van de Bijzondere Bijstandseenheden

In 1972 werden de Olympische Spelen in München getroffen door een gijzelingsactie van de Palestijnse terreurbeweging Zwarte September. De elf gegijzelden waren leden van de Israëlische sportploeg. Een bevrijdingspoging door de West-Duitse politie liep uit op een bloedige mislukking waarbij alle gegijzelden om het leven kwamen. In Nederland was de regering al een paar maanden eerder tot de conclusie gekomen dat ook onze politie totaal niet was toegerust voor dit soort operaties: niet qua opleiding, niet qua mentaliteit, niet qua bewapening. De gewone diender van de gemeentepolitie had zijn dienstpistool, bij de Rijkspolitie had men daarnaast nog wat oude karabijnen. Speciale arrestatieteams waren er niet. De dramatische gebeurtenissen in München versnelden de besluitvorming van de regering. Om effectief tegen fanatieke en zwaarbewapende terroristen te kunnen optreden was militaire slagkracht nodig.

 

BBE - Bijzondere Bijstandseenheid

Begin 1973 maakte de regering de oprichting van drie speciale anti-terreureenheden bekend: de Bijzondere Bijstandseenheid Krijgsmacht (Koninklijke Landmacht en Koninklijke Marechaussee, BBE-K), de Bijzondere Bijstandseenheid Rijkspolitie (BBE-RP), en de Bijzondere Bijstandseenheid Mariniers (BBE-M). De eerste twee eenheden zouden gaan bestaan uit precisieschutters, geoefend in het op lange afstand observeren en uitschakelen van terroristen. BBE-Mariniers kreeg de taak om bezette objecten als gebouwen, vliegtuigen of auto’s binnen te dringen, gegijzelden te bevrijden en terroristen aan te houden of indien nodig uit te schakelen. In militair jargon heette dit het nabijgevecht of close quarters combat.

Bijzonder voor deze grotendeels uit de krijgsmacht geformeerde eenheden was dat zij bij een inzet niet onder militair commando zouden staan, maar onder de Minister van Justitie. Daarnaast moesten de drie eenheden flink wennen aan de onderlinge cultuurverschillen: politie, landmacht, marechaussee en mariniers vormden in die tijd nog sterk gescheiden werelden.

Kapitein der mariniers Roy Spiekerman van Weezelenburg

Met de vorming BBE-M werd de kapitein der mariniers Roy Spiekerman van Weezelenburg belast. Hij was de commandant van 11 Infanteriecompagnie (11 INFCIE), die onderdeel was van de Eerste Amfibische Gevechtsgroep (1 AGGP). Hij moest het personeel voor BBE-M, om te beginnen 33 man, uit zijn eigen compagnie van 131 man betrekken. De geselecteerde mariniers zouden een dubbelfunctie krijgen in beide eenheden. Voor de rest kreeg hij de vrije hand, wat vooral betekende dat hij het allemaal maar zelf moest uitzoeken.

Voor de geselecteerde mariniers betekende de anti-terreurrol een geheel nieuwe specialisering: het beslissend, precies en beheerst toepassen van geweld in kleine en onoverzichtelijke ruimten. Een belangrijk onderdeel hiervan was het gewapende en ongewapende gevecht van man-tegen-man. Officieren van de nieuwbakken terreurbestrijdingseenheid gingen te rade bij buitenlandse collega-eenheden, met name de West-Duitse Grenzschutzgruppe 9 (GSG-9). Op basis daarvan werd een oefenprogramma opgezet en gaandeweg verder ontwikkeld. Het verkrijgen van specialistische uitrusting was een stuk lastiger: de marineleiding had namelijk bepaald dat BBE-M het niet alleen moest doen met het bij 11 INFCIE ingedeelde personeel, maar ook met het daarbij ingedeelde materieel.

Bewapening en uitrusting

Het Ministerie van Justitie bood uitkomst. Via Justitie werden revolvers aangeschaft, aanvankelijk de Smith & Wesson Police Special .38 inch, medio jaren zeventig de Colt Lawman Mk III .357 inch. De kogels van deze wapens hebben een grotere stopkracht dan de munitie van militaire wapens. Dit was met name nodig om doorschotwonden te vermijden: die zouden een terrorist niet direct uitschakelen en bovendien gegijzelden in gevaar kunnen brengen. Qua bewapening had men verder de UZI pistoolmitrailleur 9 mm, tot ± 1975 nog met houten kolf, en het vechtmes, wapens die al tot de standaarduitrusting behoorden. Uit West-Duitsland werden stalen parachutistenhelmen betrokken die door een aangepast riemenstel vaster op het hoofd zaten. Voor zelfbescherming moesten de mariniers het verder jarenlang doen met oude Amerikaanse scherfwerende vesten. Pas vanaf de vroege jaren tachtig zou BBE-M mondjesmaat modernere uitrusting krijgen. In 1982 werden via Justitie vijfendertig H&K MP5 pistoolmitrailleurs aangeschaft, voorzien van geluiddempers en moderne richtmiddelen (richtpuntprojectors). Daarnaast bleef de UZI nog enige jaren in gebruik, inmiddels met inklapbare stalen kolf. In datzelfde jaar werden via Justitie ook nieuwe Ruger revolvers aangeschaft. Rond die tijd kreeg BBE-M ook betere vesten, en vanaf circa 1988 stroomden er meer moderne uitrustingsstukken in, zoals kevlar helmen en speciale donkerblauwe, later zwarte gevechtstenues.

Organisatie

BBE-M ging aanvankelijk bestaan uit een kleine stafeenheid en één, later drie pelotons van elk 33 man: BBE-1 t/m BBE-3. De drie pelotons konden naar behoefte worden onderverdeeld in groepen, en die weer in ploegen, zodat de gevechtsorganisatie kon worden afgestemd op de situatie. In 1979 werd toch begonnen BBE-M los te maken uit 11 INFCIE om er een zelfstandige eenheid van te maken. Immers, wanneer 11 INFCIE voor de jaarlijkse wintertraining in Noorwegen lag zou de maximale reactietijd van BBE-M, vastgesteld op 6 uur na alarmering, niet haalbaar zijn. BBE-M ging vanaf dat jaar bestaan uit een kleine stafeenheid van 8 man, de commandogroep BBE-M, en twee pelotons van elk 33 man: het Alarmpeloton, gelegerd in de Van Braam Houckgeestkazerne in Doorn, en het Reservepeloton, gelegerd in Marinekazerne Willemsoord in Den Helder. Die laatste locatie was gekozen om snel te kunnen optreden bij terroristische acties tegen Nederlandse boorplatforms in de Noordzee. In een dergelijk geval zou nauw worden samengewerkt met de marinier-kikvorsmannen van de Amfibische Sectie (AMFSIE), die overigens ook voor andere acties konden worden bijgetrokken. De maximale reactietijd van het Alarmpeloton werd teruggebracht tot 3 uur. In noodgevallen kon een derde BBE-peloton worden geformeerd uit BBE-getraind personeel dat inmiddels was doorgerouleerd naar andere eenheden. De twee parate pelotons waren elk organiek ingedeeld in een commandogroep van 3 man en 6 aanvalsploegen van elk 5 man. Met de commandogroep BBE-M kwam de totale sterkte op 74 man, met een derde peloton erbij 107 man.

Eerste dag gijzeling school Bovensmilde 23 mei 1977

Inzetten en acties

BBE-M moest al snel na de oprichting meerdere keren worden ingezet. Door de lange duur, de zeer gewelddadige afloop en recente rechtszaken is de treinkaping bij De Punt in 1977 in het collectieve geheugen het sterkst blijven hangen. Het overzicht hieronder laat zien dat BBE-M veel vaker werd ingezet. Vooral de inzetten en bevrijdingsacties van de jaren ‘70 zorgden voor een positieve profilering van het Korps Mariniers onder de Nederlandse bevolking. De aanvankelijke tegenzin bij de Korpsleiding verdween dan ook snel. De inzetten en acties bevestigden de reputatie van het Korps Mariniers als een eenheid die doortastend het vuile werk opknapt, ongeacht de gevaren.

Gijzeling in Assen

BBE-Mariniers vandaag

In 2006 werd BBE-M alleen in naam opgeheven. In dat jaar werd begonnen met een jarenlang proces van integratie van de drie BBE’s en de inmiddels opgerichte arrestatieteams van de politie, met als doel om tot een totale, geïntegreerde en flexibele manier van opereren te komen. Na een aantal reorganisaties is de opvolger van BBE-M tegenwoordig als Unit Interventie Mariniers (UIM) onderdeel van de Dienst Speciale Interventies (DSI) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, en als de speciale militaire eenheid M-Squadron onderdeel van de Netherlands Maritime Special Operations Forces (NLMARSOF) van het Korps Mariniers.

Download de PDF van dit verhaal

 

Voor dit artikel is geput uit: Collectie Mariniersmuseum. Nationaal Archief, nummer toegang 2.12.56 en 2.13.141. Onderzoeksrapport De Punt (Ministerie van Veiligheid en Justitie en Ministerie van Defensie, 2014). C. van der Spek, Een wapen tegen terreur. De geschiedenis van de Bijzondere Bijstandseenheid Krijgsmacht 1972-2006 (Boom, 2017). G. Teitler, Het Korps Mariniers 1942-heden (De Bataafsche Leeuw, 1985). Website Netherlands Armed Forces 1985. Website COM Nederland, 1972. Met dank aan kolonel der mariniers b.d. K.A.Y. van Gijtenbeek.

© Mariniersmuseum Rotterdam 2023 © Hans Boersma 2023