Laten we er wat van leren

Wat betekent het om veteraan te zijn?

In een wereld verscheurd door conflicten, is het makkelijk om te vergeten dat er mensen zijn die zich inzetten voor vrede en veiligheid. Dit zijn de verhalen van Nederlandse veteranen zoals Michael Liedgens. Als jonge militairen hebben zij gediend in brandhaarden wereldwijd, vaak onder levensbedreigende omstandigheden. Op 27 juni 2026, tijdens Veteranendag, wordt hun moed, toewijding en opofferingen geëerd.

Bedankt voor onze vrede en veiligheid

Het Mariniersmuseum, Marinemuseum en het Nationaal Militair Museum nodigen alle veteranen uit elkaar te ontmoeten in één van de defensiemusea. Op 27 en 28 juni kunnen veteranen gratis één persoon meenemen op vertoon van de Veteranenpas.

Michael Liedgens (31) wil graag van betekenis zijn voor anderen. Daarom ging hij bij het Korps Mariniers. In zijn huidige werk als bewegingscoach voor mensen met dementie, komt dit nóg meer tot zijn recht. “Er is zo weinig voor deze mensen. De impact van wat ik doe is heel groot. Dat geeft me veel voldoening.” 

Was: marinier bij het Korps Mariniers. 

Missies: twee anti-piraterijmissies in Somalië (2017). 

Nu: bewegingscoach voor mensen met dementie. 

Veteranendag

Veteranendag is een nationaal evenement waar heel Nederland de veteranen bedankt die zijn ingezet in dienst van de vrede, nu en in het verleden. Op zaterdag 27 juni wordt op het Malieveld in Den Haag de 21e editie van de Nederlandse Veteranendag groots gevierd. 

Ontdek hier het programma

Motivatie en doorzettingsvermogen

Michael meldde zich als jonge jongen aan bij het Korps Mariniers. Deels uit bewijsdrang. “Ik wist niet wat ik wilde doen. Ik zat in een vriendengroep, waarvan een aantal bij het Korps Mariniers wilden. Maar zij werden afgekeurd. Ik zei toen voor de grap: dan ga ik het doen! Ik wilde me bewijzen. Mijn moeder vond het geen goed idee en wilde dat ik eerst mijn school afmaakte. Achteraf ben ik daar blij mee. Bij het Korps Mariniers werd ik goedgekeurd. Ik ging de opleiding in en een half jaar later was ik marinier. Ik wilde laten zien dat ik iets kon wat veel mensen niet zouden halen.”  

De opleiding was keihard, maar erg leerzaam, vond Michael. “Het maakt je heel snel volwassen. Ik kwam er als een vent uit. Je krijgt discipline mee, en normen en waarden. Daar heb ik nog steeds voordeel van. Het maakt je hard. En het geeft je motivatie en doorzettingsvermogen. Het laat je zien wat het menselijk lichaam aankan. Als je denkt: ik kan niet meer, kan het lichaam nog twee uur door. Daar ben ik blij mee. Het heeft me gevormd tot wie ik ben.” 

Mensen met wapens aan boord en jerrycans vol benzine

In 2017 ging hij twee keer op anti-piraterijmissie naar Somalië. “Wij gingen aan boord van een koopvaardijschip dat onder Nederlandse vlag vaart. Het vaart onder meer door het Suezkanaal en andere risicogebieden waar piraterij voorkomt. Onze taak was om het schip te beveiligen met onder meer prikkeldraad en wachtposten, om het zo veilig mogelijk door het kanaal te leiden.”  

Het waren rustige uitzendingen, vertelt Michael. “We hebben wel veel verdachte boten gezien die dicht bij het schip kwamen. Het is bijzonder om die kant van de wereld te zien. Mensen met wapens aan boord en jerrycans vol benzine. Dat is heel anders dan wat je hier gewend bent. Die gasten zagen dat het schip zwaar werd beveiligd door ons. Voor hen was het een kansloze missie om aan te vallen. Je bent daar vooral om te laten zien: wij zijn aanwezig, dus dit schip moet je niet pakken.”  

 

Zo wil ik niet eindigen

De overstap naar de burgermaatschappij maakte Michael om twee redenen. “Ik werd wat ouder. Als jonge jongen vond ik het fantastisch om de wereld over te reizen en van alles mee te makenMaar ik wilde ook een gezin opbouwen met kinderen. Dan zie ik mezelf niet voortdurend van huis zijnIk zag veel mariniers om me heen die te lang dit werk bleven doen. Die zeiden: was ik maar weggegaan. Ze waren ervan overtuigd dat ze verder niets konden. Sommigen waren drie of vier keer gescheiden omdat hun partners het niet trokken dat ze zo vaak weg warenDan waren ze weer drie maanden van huis voor een oefening die ze al negen keer hadden gedaan. Ik dacht: zo wil ik niet eindigen. Daarnaast wilde ik meer vrijheid. Ik wilde zelf kunnen bepalen hoe mijn werkweek eruitziet.” 

Ik wilde iets voor een doelgroep betekenen waar nog niet veel voor was

Terwijl hij nog bij Defensie werkte, volgde Michael een sportopleiding en zette hij de eerste stappen in het ondernemerschap. Vier dagen per week werkte hij bij Defensie, drie dagen per week voor zichzelf. “Ik ben altijd heel erg van het sporten en gezond leven. Dat wilde ik overbrengen op anderen. En ik wilde iets voor een doelgroep betekenen waar nog niet veel voor was. Zo ben ik bij ouderen uitgekomen.”  

Zijn idee was eerst om naar eenzame ouderen thuis te gaan, maar die bleken lastig te bereiken. Via een winactie op Facebook voor een maand lang personal training, kwam hij bij een verzorgingshuis terecht. Michael: “Kwam ik daar aan met mijn gewichtjes… Ik sloeg de plank volledig mis. Omdat ik daar een maand lang was, heb ik allemaal spellen bedacht. Een beetje kinderlijk. Als je dementie hebt, keer je vaak weer terug naar je kindertijd.”  

Ik maak mensen aan het lachen

Na tien maanden nam Michael ontslag bij Defensie. Inmiddels bezoekt hij zorginstellingen in de hele regio om ouderen te laten sporten en bewegen. Daarbij werkt hij vooral met mensen met dementie. “Met die mensen doe ik licht actieve spelletjes. De mensen hebben het supergezellig met elkaar tijdens het bewegen. Door de bezuinigingen en het personeelstekort in de zorg, is er weinig persoonlijke aandacht. Dat probeer ik terug te brengen. Het is zo leuk! Het is altijd een dolletje. Ik maak mensen aan het lachen.” 

Hij heeft een zwak voor deze doelgroep. “Deze mensen zijn zo puur. Ze zeggen alles wat ze vinden en voelen. Ze hebben geen masker op. Dat zie je weinig in het dagelijks leven. Als ik jarig ben, zijn ze een hele dag bezig geweest om verjaardagskaarten voor mij te maken. Als ik ze daarmee zie, kan ik wel janken.”  

Wij gaan door waar anderen stoppen

Zijn ervaringen als marinier komen in zijn huidige werk goed van pas. “Ik denk nooit in problemen, maar in oplossingen. Mensen zitten in een rolstoel, hebben maar één arm of zijn blind. Ik probeer iedereen mee te nemen, zodat ze een prikkel krijgen. Ook als iemand iets niet leuk vindt, probeer ik die erbij te betrekken. Bij de mariniers zeiden we: ‘wij gaan door waar anderen stoppen’. Dat doe ik nu ook. Waar anderen zeggen: met deze doelgroep kan ik helemaal niets, probeer ik het beste ervan te maken.”  

Michael is trots op wat hij heeft betekend voor Nederland. “Ik had het nooit willen missen. Ik ben blij en trots wat ik heb kunnen doen en met wat ik daar heb geleerd,” vertelt hij. “Soms kom ik op revalidatieafdelingen oud-mariniers tegen. Dat schept een bijzondere band. Het zijn oudere mannen die de oorlog hebben meegemaakt. Je hebt gelijk veel om over te praten. En je hebt dezelfde instelling: niet klagen, maar dragen. Maak er wat moois van, help elkaar een beetje.”  

Hij mist het er door dik en dun voor elkaar zijn, zoals hij dat bij de mariniers kende. “Dat je onderling over alles kunt praten. Dat is moeilijk te vinden. Mijn beste vriend is degene met wie ik in de opleiding zat. We spreken elkaar elke dag. De band die ik met hem heb, is niet te vergelijken met de band die ik met andere vrienden heb.” 

Iets betekenen voor anderen

Michael is dankbaar dat hij nu werk doet waarmee hij echt iets kan betekenen voor anderen. “Ouderen zijn een doelgroep die vaak wordt vergeten, terwijl zij juist respect verdienen. Onder hen zijn mensen die de oorlog hebben doorstaan en aan wie wij onze vrijheid te danken hebben. Dat wordt nog weleens vergeten.” 

Hij vervolgt: “Dat is ook de reden waarom ik bij Defensie ben gegaan: ik wilde van betekenis zijn. Uiteindelijk miste ik dat bij de mariniers. We waren heel veel aan het trainen, maar deden weinig het echte werk. Het leek me mooi om iets te kunnen betekenen voor mensen die in nood zitten. Dat vind ik nu wel terug in mijn werk. Ik kan iets betekenen voor mensen voor wie nog maar weinig aandacht is en die soms geen familie meer hebben. Dat ik er voor hen kan zijn, vind ik fantastisch. Daar haal ik heel veel voldoening en energie uit.”

Het verhaal van Michiel laat zien wat veteraan zijn voor hem betekent. Het heeft hem gevormd en mentale munitie gegeven voor zijn maatschappelijke carrière na vertrek bij Defensie. Ontdek ook de moedige verhalen van militair Peggy Lynch en Erik van der Meijde. 

Wanneer ben je veteraan?

Een veteraan is de militair, de gewezen militair, of de gewezen dienstplichtige, van de Nederlandse krijgsmacht, of van het Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger, net als degene die behoorde tot het vaarplichtig koopvaardijpersoneel, die het Koninkrijk der Nederlanden heeft gediend onder oorlogsomstandigheden of heeft deelgenomen aan een missie ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde voor zover deze missie bij regeling van Onze Minister is aangewezen.

In 2025 zijn er ruim 100.100 veteranen waarvan 75.800 postactief en 25.300 nog in dienst.

Veteranen krijgen een draaginsigne Veteranen, ook wel Veteranenspeld genoemd. De speld staat symbool voor de waardering voor het risicovolle werk dat zij in het verleden als militair in naam van de samenleving hebben verricht.

Het Veteraneninstituut vormt een thuisbasis voor Veteranen door te erkennen en te waarderen en een plek te bieden waar zij zichzelf kunnen zijn.

Ontdek meer op de website van het Veteraneninstituut