De watersnoodramp

Het is zaterdagavond. Een onstuimige storm met windkracht 10 raast over de kust van Nederland. Mokjes rammelen in kasten. Schepen dansen op zee. Het water spat steeds hoger de kades op. Terwijl de regen als maar harder tegen de ramen klettert, wachten de mensen binnen onrustig tot het natuurgeweld een beetje tot bedaren komt. Maar het komt niet tot bedaren. Enkele uren nadat de storm haar aantrede heeft gedaan, moet men angstig en vol ongeloof toekijken hoe het zeewater de huiskamers binnenloopt. Een nachtmerrie wordt werkelijkheid zodra men ziet hoe de zee door de straten stroomt en dorpen verandert in watervlaktes.

De watersnoodramp van 1953 verbeeld door de goden van wind en water die Nederland aanvallen (1953), Stichting Koninklijke Defensiemusea (Nationaal Militair Museum), 00102345.

De hevige storm samen met het springtij zorgen in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 voor een springvloed. Het water komt zó hoog dat er uiteindelijk op meer dan 150 plaatsen in Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Brabant dijken doorbreken. De gevolgen zijn rampzalig, maar na een helse nacht is het einde nog niet inzicht. Op zondagmiddag komt er een tweede vloedgolf. Uiteindelijk kost de Watersnoodramp aan 1836 mensen, 47.000 stuks vee en 140.000 stuks pluimvee het leven. 72.000 mensen worden geëvacueerd.

Hulpverlening

Het is 04.00 uur ’s nachts, 1 februari als een detachement van het Korps Mariniers uitrukt naar de bedreigde dijken bij Nieuwerkerk aan de IJssel en bij Capelle aan de IJssel. Grootschalige hulpverlening komt echter maar langzaam op gang. De omvang van de ramp is lange tijd onduidelijk. Uiteindelijk zijn er op dinsdag 3 februari ongeveer 5.000 militairen actief op de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden en bij Den Helder. Zo’n 7.000 militairen is actief in West-Brabant.

Met de inzet van tienduizenden militairen van de zee-, land- en luchtmacht, bijgestaan door duizenden vrijwilligers, konden er gelukkig honderden mensen worden gered. Vliegtuigen van de luchtmacht en marine worden ingezet voor hulpgoederen. De aanvoer hiervan vindt namelijk plaats vanuit de lucht. Het Korps Mariniers wordt ingezet voor directe hulp in noodgebieden.

Oorkonde aan het detachement Mariniers die geholpen hebben te Den Bommel tijdens de watersnoodramp in 1953, Streekmuseum Goeree-Overflakkee.

Inzet Korps Mariniers

Eén van de zwaarst getroffen gebieden bij de Watersnoodramp is Goeree-Overflakkee. Een detachement van het Korps Mariniers wordt ingezet bij Oude-Tonge en bij Den Bommel voor hulpverlening. Nabij Den Bommel dichten zij een belangrijk spoelgat – dat is een diepe uitspoeling van de binnenzijde van een dijk. In Oude-Tonge draagt het Korps Mariniers bij aan het opruimingswerk van het zwaar getroffen dorp. Op 6 november 1953 wordt het laatste gat in de dijk gedicht in Ouwerkerk, op het Zeeuwse eiland Schouwen-Duiveland.

Meer weten over de inzet van het Korps Mariniers? Bezoek onze tentoonstelling ‘Moderne Missies’ – een overzicht van de missies van het Korps Mariniers vanaf de jaren ’70 tot nu. Van ondersteuning bij vredesmissies tot antipiraterijmissies, de wereldwijde inzet van het Korps Mariniers is breed!