Peacekeeping in hartje Rotterdam, 22 juni 1992

Wie vandaag de dag met de trein aankomt op Rotterdam Centraal en door het prettige, schone stationsgebouw naar het al even kraakheldere Stationsplein wandelt, kan zich nog maar moeilijk voorstellen dat dit gebied nog niet zo heel lang geleden een oord was waar je, zogezegd, nog niet dood wilde worden gevonden.

Wen er maar aan

Het was er vies, zwerfvuil waaide vrijelijk in de rondte en de mensen die er rondhingen waren duidelijk onder de invloed van geestvernauwende middelen, of zinden op manieren om zo snel mogelijk onder die invloed te komen. Junks. Druk bezig te overleven in de stadsjungle die zijzelf schiepen, ruziemakend, loerend, steeds bedacht op kansen of bedreigingen. Handtastelijk als het zo uitkwam. Hun gezondheid en voeding lieten duidelijk te wensen over, evenals hun garderobe.

bron: ANP

Dit is de Grote Stad

Dit was het toepasselijk genaamde Perron Nul, het opvangproject voor verslaafden van dominee Visser van de Pauluskerk. Afvoerputje van de maatschappij. Gelegen net om de hoek van de oostelijke vleugel van het stationsgebouw, pal tegenover de toenmalige taxistandplaats. De verslaafden kregen er methadon en schone spuiten. Het was een groot succes, althans voor de verslaafden. Zij meldden zich in groten getale, ook van buiten de stad. Op zeker moment waren het er enkele honderden. Er was een politiepost, maar van daaruit werd vooral toezicht gehouden.

Het was alsof Rotterdam je als volgt verwelkomde: ‘Luister, onnozele bezoeker uit de provincie, dit is de Grote Stad. Laat varen alle truttigheid, gij die hier binnentreedt. Hier wordt het leven in al zijn rauwheid beleefd. Wen er maar aan, en bemoei je vooral nergens mee.’ Een enkele ruimdenkende bezoeker zal deze taferelen misschien hebben gewaardeerd om hun schilderachtigheid, maar het gebied des onheils toch opgelucht en met enige haast hebben verlaten — zoals alle reizigers.

Nu komen wij

Op een zomeravond in 1992 besloot een groep druistige marinier-zeemiliciëns, in opleiding aan de Van Ghent Kazerne, dit varkentje eens even te wassen. De vrouw van een korporaal der mariniers was op Perron Nul lastiggevallen, of zelfs mishandeld, de maat was vol. Misschien kenden deze dienstplichtige mariniers hun geschiedenis: hadden mariniers en matrozen van de marine in de jaren zestig en zeventig Amsterdam niet herhaaldelijk schoongeveegd van ‘langharig werkschuw tuig’? En had de politie er niet goedkeurend, met de handen in de zakken bijgestaan? Zo zou het ook nu gaan, let maar eens op. Nu komen wij. Wij, de mariniers.

 

Nederlands Elftal

Het was de avond van maandag 22 juni. Het Nederlands elftal had na strafschoppen verloren van Denemarken. In de middag was een opvallend grote groep mariniers, gekleed in burger, per tram van de kazerne naar de binnenstad getrokken. Om er in cafés naar de wedstrijd te kijken zeker? De officier van de wacht merkte dat er iets broeide. Iets dat mogelijk niet geheel wettig was. Hij achtte het raadzaam om de Rotterdamse gemeentepolitie in te seinen. Omdat het om mariniers ging werd bij de politie vervolgens ook maar even met de Koninklijke Marechaussee gebeld.

Schoon te vegen

Rond 23:00 uur verzamelden zich tussen de honderd en tweehonderd mariniers op het Stationsplein. Tegen die tijd was het methadonloket gesloten dus er hingen nog slechts zo’n tien tot dertig verslaafden rond. De mariniers groepeerden zich met het duidelijke voornemen de junks aan te vallen, aldus de politie, die met circa tien agenten ter plaatse was. De agenten kwamen meteen tussenbeide, maar het hielp weinig. De mariniers drongen op, de junkies dreigden te worden “platgewalst”. Een agent trok zijn pistool, stak het in de lucht en loste een waarschuwingsschot.

De knal bracht de mariniers bij zinnen: dit was menens. Volgens de politie werd daadwerkelijk geweld hiermee voorkomen, maar een verslaafde beweerde naderhand dat er wel degelijk rake klappen waren gevallen, en dat de “skinheads” bewapend waren geweest met knuppels en boksbeugels. De Koninklijke Marechaussee, ook met enkele mensen ter plaatse, verklaarde later over de mariniers: “Ze waren behoorlijk onder de invloed van drank, niet voor rede vatbaar. Er ging van die groep zo’n dreiging uit dat besloten is een waarschuwingsschot af te vuren. Een aantal mariniers ging toen tegen de muur staan, een andere groep vluchtte. Dat schot was de enige manier om ze tot bedaren te brengen.” Korte tijd later arriveerde de Mobiele Eenheid, die het Stationsplein begon schoon te vegen. Zij waren dicht bij de hand, vanwege mogelijke voetbalrellen. Na ongeveer een half uur was de rust weergekeerd.

RTV Rijnmond - 1992

Peacekeeping the score: politie 1, mariniers 0

De politie verrichte negentien arrestaties op verdenking van openbare geweldpleging. Het merendeel was dienstplichtig marinier in opleiding, maar er waren ook vier beroeps bij. Eén van hen was onderofficier, een korporaal. De Slag om Perron Nul, die met een knal was afgelopen voor hij goed en wel was begonnen, werd de volgende dagen met enige hevigheid voortgezet in het publieke debat.

In de media en de Tweede Kamer spraken commentatoren en politici hun verontwaardiging en afkeuring uit over het eigenmachtig optreden van de mariniers, hoewel er hier en daar ook begrip klonk. Maar vanuit de bevolking regende het hoofdzakelijk steunbetuigingen. De Rotterdammers bleken schoon genoeg te hebben van de lelijke kanten van hun ‘Big City’. Op de Van Ghent Kazerne en het Hoofdkwartier Korps Mariniers aan de Noordsingel werden massa’s bloemstukken, kaarten, brieven en zelfs telegrammen bezorgd, niet alleen uit Rotterdam maar uit het hele land. Ook de telefoon stond niet stil. Aan het einde van de week cirkelde boven het station een sportvliegtuigje rond dat een banier achter zich aan trok: “MARINIERS BEDANKT”. Taxichauffeurs, voor wie Perron Nul al jarenlang een doorn in het vlees was, hadden er geld voor ingezameld. Dominee Visser antwoordde vervolgens met twee vliegtuigjes die de tekst “JUNKS ZIJN OOK MENSEN!” boven de stad rondtrokken. Zo werd de slag ook in de lucht uitgevochten.

 

In de collectie van het Mariniersmuseum bevinden zich circa vierhonderd reacties die het Korps kreeg toegestuurd. Een Rotterdamse vrouw schreef: “Na plusminus tien jaar terreur van junks en dealers in en rond het CS gebeurde er eindelijk wat. Drie autoradio’s, twee keer inbraak, twee berovingen door junks en nog maar niet te spreken over de gestolen fietsen. […] Groeten en hulde. Een familie uit de Proveniersbuurt die binnenkort gaat vluchten voor de gesubsidieerde misdaadplegers en hun helpers […].” Een Gelderse tandarts pakte een verwijsbriefje en schreef: “Bis, bis!!! En raak ze!!!”. Afkeuring was er ook, hoewel sterk in de minderheid. Een Rotterdammer toonde zich verontwaardigd over “de smakeloze actie van de mariniers”. Een Haarlemmer legde de vinger op de gevoelige plek: “Ik dacht dat in onze rechtstaat het leger wordt opgeleid ter verdediging van ons land? Dus niet om op wetsovertreders, maar tevens zieke medeburgers in te slaan! Hoe is het leger nog te vertrouwen als onderdelen daarvan het recht in eigen hand gaan nemen?” Waartegenover een Haarlemse vrouw stelde: “Is het in een rechtstaat wel geoorloofd dat een groep junks één vrouw aanvalt, een vrouw van een marinier in dit geval?”

 

Het Korps in zijn hemd

De Korpsleiding hield aan het gebeuren een stevige kater over. Het ongemachtigde optreden werd veroordeeld en de steunbetuigingen werden voor kennisgeving aangenomen. De onbekookte actie had het Korps in zijn hemd gezet. Mariniers die georganiseerd, maar zonder daartoe enig bevel te hebben ontvangen, eigen burgers willen aanvallen, daarbij bovendien in beschonken staat verkeren en vervolgens op de vlucht slaan voor de politie: het was bepaald niet iets om trots op te zijn. Het Korps was op dat moment bezig honderden mariniers in Cambodja te ontplooien voor een vredeshandhavende missie voor de Verenigde Naties. Op Perron Nul waren het echter de gemeentepolitie van Rotterdam en de Marechaussee geweest die de ‘peacekeeping mission’ hadden verricht, niet de mariniers. Die hadden tot de strijdende partijen behoord. Een generaal-majoor der mariniers buiten dienst verzuchtte: “Voor mariniers is het pijnlijk wat er maandagavond bijna was gebeurd. Niet alleen vanwege het imago. Maar dat ondanks de selectie en de opleiding ineens de discipline wegvalt. Dat er eigen rechter wordt gespeeld. Om als militair mensen aan te vallen die eigenlijk ziek zijn.”

 

 

De slag verloren, de oorlog gewonnen?

De reputatie van het Korps Mariniers kan wel tegen een stootje, zo bleek ook nu. In de volgende maanden liet het Korps in Cambodja zien dat het nog steeds in staat was een moeilijke en gevaarlijke opdracht gedisciplineerd en met beleid uit te voeren. De wilde actie in Rotterdam kon in een duistere archiefkast worden weggeborgen. En hoe ging het verder met Perron Nul? Het project werd naar de westkant van het station verplaatst, maar de overlast en de incidenten bleven voortduren. In december 1993 werd Perron Nul op last van de burgemeester definitief gesloten. Het lijkt er sterk op dat niet zozeer de actie van de mariniers, maar wel de massale steunbetuigingen en discussies die erop volgden aan deze beslissing hebben bijgedragen. De verslaafden zwermden vervolgens uit over de stad, precies zoals dominee Visser had voorspeld. Het zou nog jaren duren voordat Rotterdam de verslaafdenproblematiek onder de knie kreeg.

De hedendaagse reiziger die zich Perron Nul herinnert en, latte macchiato in de hand, het brandschone Stationsplein betreedt, zou zich kunnen afvragen: waar zijn ze gebleven? De junks van weleer?

 

 

Hans Boersma Juni 2022

Voor dit artikel is geput uit: Collectie Mariniersmuseum Rotterdam, inv.nrs. MR12650 en MR12651 (circa 400 kaarten, hand- en machinegeschreven brieven, telegrammen, notities, juni-juli 2022). Ibidem, MR12403 (krantenknipsels en ANP telexberichten, 22-26 juni 1992). Website RTV Rijnmond, Vergeten verhalen: De mariniers en Perron Nul. Website In de buurt: Het vergeten perron van het centraal station: Perron Nul.