Mariniersmuseum

Ontstaansgeschiedenis

De ontstaansgeschiedenis van het Mariniersmuseum is nauw verbonden met de Rotterdamse Marinierskazerne en het Korps Mariniers. Ze zijn in 1938 begonnen met de aanleg van een collectie historische voorwerpen met betrekking tot het Korps Mariniers.

Tijdens de brand na het bombardement op Rotterdam op 12 mei 1940 ging het historisch bezit van het korps in vlammen op; slechts het vaandel kon worden gered.

Naoorlogse collectie

De basis voor de naoorlogse collectie werd gelegd tijdens het 300-jarige bestaan van het korps in 1965, toen een tentoonstelling werd ingericht in het Historisch Museum in Rotterdam. In de Van Ghentkazerne werd hierna een permanente tentoonstelling in het hoofdgebouw opgezet.

In mei 1980 werd het Mariniersmuseum geopend, toegankelijk voor het algemeen publiek in het gebouw van distilleerderij Hulstkamp op het Noordereiland. Vijftien jaar later, in 1995 werd de locatie aan de Wijnhaven betrokken. In het huidige museum staan zowel historische voorwerpen als ook de persoon achter de marinier centraal.

Unieke locatie

Historisch pand

De band tussen de stad Rotterdam en mariniers dateert al van 1665 toen de eerste zeesoldaten werden geplaatst op schepen van de Rotterdamse Admiraliteit.

De locatie van het Mariniersmuseum is uniek; gevestigd in een historisch pand aan de Wijnhaven, in hartje centrum, met uitzicht over de Maas en de Willemsbrug. Juist op deze plek verdedigden de mariniers in de meidagen van 1940 de noordoever rond de Maasbruggen tegen de Duitse aanval.

Mariniers 010 Maasbruggen

Die band werd extra versterkt doordat de mariniers in de meidagen van 1940 de noordoever rond de Maasbruggen, pal tegenover de plek waar nu het Mariniersmuseum aan de Wijnhaven is gevestigd, verdedigden. Ze leverden gedurende die eerste oorlogsdagen een heroïsche strijd. De Duitsers gaven hen toen niet voor niets de bijnaam ‘die Schwarzen Teufel’ (de Zwarte Duivels).